Limburgs Vastelaoves Leedjeskonkoer
Carnavalist Bertha Paulissen en haar eureka van het LVK (Limburgs Vastelaoves Leedjeskonkoer).
Vaan Eysde tot de Mookerhei, löp ederein te zinge.
Vaan Eysde tot de Mookerhei, sjteit ederein te sjpringe
't Is vasteloavend hiij, kóm allemoal debiij.
Want luij, hiij is get oet, vaan Eysde tot in Mook.
Gans Limburg is 'nnen dölle boel, 't sjónkelt op en neer.
De zies nörreges gei water mie, de Maos zelfs ruuk noa beer.
D'n optoch trek door eder dörp, joa Limburg is noe ein.
En erm in erm trek eder mèt, want geine sjteit allein.
[Vaan Eysde tot de Mookerhei - Jean Innemee, Bert Salden; winnend liedje van het eerste LVK in 1976] [www.youtube.com/watch?v=5SfocKdfYE8]
Als er één onderdeel van de Limburgse cultuur de provinciale identiteit weerspiegelt, is het wel de volksmuziek. Dat is een levende traditie met artiesten van jong tot oud, die diverse genres beslaat. Vooraan staat de carnavalsmuziek. Vanaf de start van het carnavalsseizoen op 11 november, d’n èlfde van d’n èlfde, is er geen ontkomen meer aan. Radio en televisie schakelen over op speciale programma’s gewijd aan de vastelaovend en zijn muziek, en overal in de provincie worden evenementen georganiseerd met affiches gevuld met namen van volksartiesten. Wie zich tijdens carnaval richting de straten en cafés van Limburg begeeft, wordt van verre al begroet door een kakafonie aan Limburgse klanken. Een vaak geuit punt van ergernis is dat er ook vaak Engelstalige niet-carnavalsmuziek of, nog erger, Nederlandse (‘Hollandse’) muziek wordt gedraaid. Deze kritiek is niet enkel van deze tijd. In de jaren 1970 werd door sommigen al gesproken over een ware invasie van Hollandse feestmuziek tijdens carnaval, die steeds meer de lokale schlagers verdrong.
De muzikale verhollandsing viel, tot haar grote ergernis, ook Bertha Paulissen-Willen (1922-2002) op. Het bedroefde haar dat het Limburgs dialect steeds minder werd gebruikt en ze hekelde de ‘carnavalsvervuiling’ door de Hollandse feestnummers. Bertha was naar eigen zeggen een ‘echte Limburgse’, en heeft zich haar hele leven ingezet voor het dialect en het behoud van in het Limburgs gezongen carnaval. Op een geven moment kreeg ze een geweldige ingeving: waarom geen concours van Limburgse carnavalsliedjes organiseren? Aan dit eurekamoment dankt de provincie een bouwsteen van haar identiteit: het Limburgs Vastelaoves Leedsjeskonkoer (LVK).
Bertha werd in 1922 geboren in een groot gezin in Geleen. Ze was een zelfstandige, vrijgevochten vrouw. Met een groot gevoel voor sociale betrokkenheid zette ze zich in voor tal van zaken. In 1966 trad ze namens de KVP (later gefuseerd in het CDA) toe tot de Geleense gemeenteraad. In 1978 werd ze gekozen tot de eerste vrouwelijke wethouder, met de portefeuille sport, onderwijs, cultuur en jeugdzaken. Rondom haar benoeming ontstond een ware hetze, waarover werd bericht tot in de landelijke media. Ze zou zich, zonder de steun van het lokale CDA-bestuur, kandidaat hebben gesteld voor het wethouderschap. Ze verkreeg die post dankzij veel voorkeursstemmen van de andere partijen. Het leverde haar een schorsing op uit het CDA, en hoewel de partij het zelf ontkent, lijkt het er volgens de kring rond Bertha sterk op dat het CDA-bestuur wel degelijk moeite had met dit staaltje vrouwenemancipatie. Naast het wethouderschap hield Bertha zich bezig met tal van initiatieven en organisaties, zoals de oprichting van een scoutingsgroep voor meisjes, de intocht van Sinterklaas in Geleen, de oprichting van de Heemkundevereniging Geleen en de organisatie, gedurende achttien jaar, van de Geleense Dialectdagen.
Bertha begreep dat de ‘verhollandsing’ van de carnavalsmuziek voortkwam uit het steeds minder op waarde schatten door de Limburgers van hun eigen cultuur. Bovendien werden de Hollandse artiesten in hun succes gesteund door grotere platenmaatschappijen. Het was duidelijk dat hier iets tegenover moest komen te staan. Eerdere pogingen om provinciebreed een muziekinitiatief op te zetten, zoals in 1957 een competitie van de ROZ (Regionale Omroep Zuid, voorloper van L1) en De Gouden Giller in 1974 en 1975 waren weinig succesvol en stierven een vroege dood. De eerste aanzet voor het LVK werd in 1973 door Bertha gegeven met het verzamelen van Limburgse carnavalsnummers. Haar oproep om liedjes aan te leveren werd enthousiast ontvangen. Een groot aantal mensen uit de hele provincie stuurde haar muziek toe, waarvan Bertha uiteindelijk 150 nummers in eigen beheer gebundeld uitgaf. De bundel was een groot succes en kan gezien worden als Bertha’s eerste eurekamoment. De uitgave raakte bij het publiek een gevoelige snaar en wekte bewustwording op over de schat aan muziek die Limburg rijk is. De toon was gezet en op nota bene carnavalsdinsdag 1976 kwamen Bertha Paulissen en Bert Salden tot de conclusie dat ze een plan moesten maken voor een jaarlijks terugkerende muziekwedstrijd. In het voorjaar richtten ze samen met Jean Innemee, Désiree Meijers en Harry Schenkelaars een organisatiecomité op, dat zich zou inzetten om nog voor het einde van het jaar het Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer plaats te laten vinden.
Het comité vond al snel steun bij platenmaatschappij Telstar, die het liedje van de winnaars op single wilde uitbrengen. Artiesten werden opgeroepen nummers in te dienen bij de organisatie. De voorwaarde was dat de muziek specifiek geschreven moest zijn voor het LVK en niet eerder was uitgebracht of opgevoerd bij een andere liedjeswedstrijd. Van de inzendingen werden elf nummers geselecteerd die live in de finale ten gehore werden gebracht, begeleid door een orkest gevormd uit de bekende Limburgse popbands The Walkers, The Classics en Rainbow. De winnaar werd uitgekozen volgens een driedelige stemming: van de vakjury, het aanwezige publiek en het ‘volk’ (initieel waren dit luisteraars van Limburgse ziekenhuisomroepen).
De eerste editie in de Hanenhof te Geleen op 18 november 1976 raakte uitverkocht en was direct een succes. Het winnende nummer Vaan Eysde tot de Mookerhei, geschreven door Bert Salden en Jean Innemee, werd een provinciale hit, die inmiddels tot de carnavalsklassiekers behoort. De single lag in januari in de winkels en de bladmuziek werd gedrukt, zodat eenieder bekend kon raken met het nummer.
Ondanks wat hobbels op de weg waren ook de volgende edities succesvol. De kwaliteit van de teksten steeg. Met het verstrijken van de jaren werd gestreefd naar een grotere spreiding van deelnemers uit de provincie. Bertha’s doel van het LVK was uitgekomen: er werden beduidend minder Hollandse nummers gedraaid tijdens carnaval. Daarbij werden er ook meer kleinschalige regionale muziekwedstrijden georganiseerd.
Bertha Paulissen bleef zich inzetten voor het LVK en genoot van de verbetering in de organisatie en de kwaliteit van het concours. Tekenend voor haar betrokkenheid was de tegenvallende editie van 1985. Door zeer slecht weer was er een dieptepunt in de kaartverkoop; de zaal tijdens de finale was nagenoeg leeg. Deze financiële klap dreigde het einde van het LVK te worden, mocht Bertha − ze was penningmeester − niet het begrotingstekort hebben aangevuld uit eigen portemonnee.
In 1986 heeft Bertha zich teruggetrokken als bestuurslid van het LVK. De organisatie wilde het jaar erna de handdoek in de ring gooien, maar er kwam redding door samenwerking met de ROZ. Het LVK maakte een doorstart met het uitzenden van de finale via de radio. Om het Limburgse volk verder te betrekken bij de stemronde, werden stembonnen afgedrukt in de kranten en weekbladen. In de jaren erna groeide het succes van het LVK door zich verder te verbinden met de media. Sinds eind jaren 1990 maakten Omroep Limburg (opvolger van de ROZ) en later L1 televisieverslagen van de wedstrijd, en een paar jaren later werd het evenement live uitgezonden. Het festival is inmiddels uitgegroeid tot een enorm mediaspektakel met duizenden mensen aan publiek, en is niet meer weg te denken uit de provincie.
Bertha Paulissen overleed in september 2002. Tijdens haar leven heeft ze vele eerbewijzen ontvangen voor haar inzet voor de Limburgse volkscultuur. Haar voortdurende bijdrage aan het behoud en de bevordering van de Limburgse taal en muziek kan nauwelijks worden overschat. De Dialectdag in Geleen wordt nog altijd jaarlijks gehouden. Alle deelnemers krijgen de ‘Bertha Paulissen Dialectdaag Medaille’ uitgereikt. In 2004 is de ‘Bertha Paulissen Wisseltrofee’ voor de winnaars van het LVK in het leven geroepen. Intussen worden, naast het reguliere LVK, sinds 2000 het Kinjer Vastelaovend Leedjesfestival (KVL) en vanaf 2010 het Tiener Vastelaovendskonkoer (TVK) georganiseerd. De vruchten van Bertha’s eurekamoment lijken voor de toekomst gegarandeerd.
Jao jao jao zoa haet ’t Bertha bedoeld,
Dat veer mèt z’n alle hie plat blieve kalle
Zoa haet ’t Bertha bedoeld
Hie wurd Limburgs gezónge en Limburgs gemoeld
Bie ós maak ver leedjes die zènge ver mèt uch
Van groate sjtad pès ’t kleinste gehuch
Hie zènge ver gein hollesj, es doe dat mer wits
Die zènge dao auch neet ós Limburgse hits
Noe veertig jaor later, dat zuuste toch hie
Ligk Eijsde en Mook ’n gans sjtök korterbie
Dae aafsjtandj dae haet zie beheurlijk verkleind
Jao zoa haet ’t Bertha destieds auch gemeind
Mer soms − noe en dan − noe dat sjnapste toch neet!!
Wurd hie en dao sjtiekem toch hollesj gedrejt
Es Bertha dat heurde: ... zo’n hollesje sjtöm ...
Dan drejde zie zich in ’t graaf drie keer um
Zoa haet ’t Bertha bedoeld - Guus Steinen
Meer informatie
Guus Urlings, Paul Smits, Paul Evers, Stichting LVK, Vaan Eysde tot de Mookerhei: Het Grote LVK Boek (2011)
Finbar van der Veen, ’t Volk beslis: 4x11+1 Jaar Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoer (2021)
Auteur: Pieter van der Woude, LGOG