Petrus Regout
Petrus Regout is zonder twijfel een van de beroemdste Limburgers, zeker in Limburg zelf. Iedereen weet dat hij in Maastricht de eerste fabrieken oprichtte, en dat het daar bar en boos was. Het waren helse plekken waar arme sloebers en zelfs kinderen werden uitgebuit, zo is het beeld. We spreken er nu nog schande van, meer dan destijds.
Elk historisch beeld verandert in de loop van de tijd. Het is de taak van historici om een zo correct mogelijke voorstelling van het verleden te schetsen (maar ook historici zijn kinderen van hun tijd). Bij het gitzwarte imago van Petrus Regout (1801-1878) kunnen in elk geval kanttekeningen worden geplaatst. Maar dat is voor een andere keer. Nu kijken we naar Regout als de man die kansen creëerde om de ideeën die hij als ondernemer had te realiseren. Hij maakte zijn eigen eureka’s, zogezegd.
Petrus (Pierre / Pie) Regout verstond de kunst om van de nood een deugd te maken. Dat bleek tijdens de Belgische Opstand (1830-1839). In 1830 brak in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een revolte uit. Het koninkrijk was in 1815 tijdens het Congres van Wenen gecreëerd als een bufferstaat ten noorden van Frankrijk, het land dat na de revolutie van 1789 in heel Europa oorlog had gevoerd. Uit ontevredenheid met het beleid van koning Willem I scheidde de zuidelijke helft (‘België’, inclusief het oostelijk deel van de provincie Limburg, het huidige Nederlands-Limburg) zich af. Echter, de vestingstad Maastricht bleef door het standvastig optreden van generaal Dibbets in ‘Hollandse’ handen. De stad was een eiland in opstandig gebied. De economische verbindingen tussen de ‘Hollandse’ enclave Maastricht en haar Belgische omgeving raakten ernstig verstoord. In 1832 kwam het verkeer weer enigszins op gang, maar pas in 1834 mochten weer grondstoffen en halffabricaten voor bewerking worden ingevoerd. Onder deze omstandigheden besloot de kristalslijper en handelaar Regout om zelf glaswerk te gaan produceren. Hij zag met name in ‘Holland’ kansen om zijn producten te slijten, want daar was door het wegvallen van de import uit ‘België’ een markt te winnen.
In de Boschstraat, nabij het Bassin (de havenkom aan het begin van de Zuid-Willemsvaart tussen Maastricht en Den Bosch) begon Regout een glasfabriek. Op 31 januari 1835 nam hij, als een van de eerste Nederlandse ondernemers, een stoommachine in gebruik, gemaakt door de firma John Cockerill & Cie uit Seraing. In 1836 opende hij een fabriek van beschilderd aardewerk. Dankzij de inzet van specialisten en vakkrachten, de toepassing van moderne technieken, het gebruik van een uitgebreid, internationaal handels- en distributienetwerk en een maximale benutting (lange werkdagen) naast een relatief slechte beloning van de arbeiders, groeide de ‘Glas- en Aardewerkfabriek Petrus Regout’ uit tot een speler van wereldformaat. In Maastricht was Regout de grootste werkgever, wiens fabrieken ook mensen van buiten naar de stad trokken. Alleen of met anderen richtte Petrus Regout nog meer bedrijven op, succesvolle (de voorloper van de Koninklijke Nederlandsche Papierfabriek, ook al was Regouts rol als medevennoot bescheiden) en minder succesvolle (een spijkerfabriek – de doorstart door zijn compagnon en broer Thomas bleek wel levensvatbaar – , een gasfabriek en een geweerfabriek). Hij was een entrepreneur die, vertrouwend op zijn ervaring en intuïtie, risico’s durfde te nemen.
Op de voorgrond het Bassin, het havenbekken dat het begin vormde van de in 1826 geopende Zuid-Willemsvaart naar Den Bosch, en het eindpunt van het in 1853 geopende kanaal Luik-Maastricht. Het Bassin was het hart van de Maastrichtse industrie. Rechts op de tekening markeert een schoorsteen de fabrieken van Petrus Regout. [HCL, CVDN 477]
[Collectie SHCL, EAN_1016_549]
Regout is de aanjager geweest van de vroege industrialisatie van Maastricht. Zelf beschikte hij niet over de nodige vakkennis, maar hij zorgde ervoor dat hij de goede vaklui in dienst nam. Regout is altijd ook een handelaar gebleven, en dat pakte heel goed uit. Zo zag hij in Azië een nieuwe afzetmarkt; niet alleen in de kolonie Nederlands-Indië maar bijvoorbeeld ook in Japan. En hij begreep maar al te goed dat hij zijn producten moest aanpassen aan de wensen van de lokale consument. De Japanner vroeg om ander aardewerk – of liever: aardewerk met een andere decoratie – dan de Europeaan. Ook hier wist Regout zijn eigen eureka’s te creëren.
Om terug te komen op de Belgische opstand: mede door het behoud van Maastricht ging het oostelijk deel van de provincie Limburg na de volkenrechtelijke splitsing in 1839 van de in 1815 gecreëerde bufferstaat deel uitmaken van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Regout onderhield, ook uit zakelijk belang, warme betrekkingen met het Huis van Oranje. Toch lukte het hem niet om in de adelstand te worden verheven. Het was een teleurstelling die de voldoening over zijn zakelijk succes maar voor een deel kon compenseren.
Het archief (inclusief kaarten- en fotoarchief) van de aardewerkfabriek van Petrus Regout en opvolger De Sphinx berust bij het SHCL [EAN_1012, EAN_1012K, EAN_1014, EAN_1015].
Literatuur:
A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878 : een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht (Nijmegen 1959)
Sphinx – Céramique [gedenkboek, uitgegeven bij gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Sphinx en het 100-jarig bestaan van de Société Céramique, door de NV Sphinx-Céramique, voorheen Petrus Regout te Maastricht] (Maastricht 1959)
Ad van Iterson, Vader, raadgever en beschermer : Petrus Regout en zijn arbeiders 1834-1870 : stijlen van werving, behoud en beheersing van arbeid in fabrieksregimes in de beginjaren van de Westeuropese Industriële Revolutie (Maastricht 1992)
Ad Knotter (red.), Keramiekstad : Maastricht en de aardewerkindustrie in de negentiende en twintigste eeuw (Zwolle [2016]).
Wim Dijkman, ‘Van Japan tot Sayonara’, VMA Bulletin [uitgave Vereniging Maastrichts Aardewerk] 161 (2022), 16-21
In 2024 verschijnt een nieuwe biografie van Petrus Regout van de hand van P.J. Knegtmans.
[Auteur: Frank Hovens]