De speciale relatie tussen de vroedvrouwenschool en de koninklijke familie
Ter gelegenheid van het bezoek van het koninklijk paar aan Maastricht presenteert het SHCL deze video over de speciale band tussen de vroedvrouwenschool en de koninklijke familie.
De video is gebaseerd op het archief, bibliotheekmateriaal en de fotocollectie van de voormalige vroedvrouwenschool, onder beheer van het SHCL.
Een van de grootste problemen in de volksgezondheid is eeuwenlang de hoge kindersterfte geweest. In de periode 1900 – 1910, - dus in 10 jaar tijd- stierven in Limburg per duizend levendgeborenen nog altijd 140 à 150 kinderen in het eerste levensjaar.
De sterfte in de eerste levensmaand was zelfs het hoogst van heel Nederland. De deskundigen waren het erover eens: nog steeds stonden armoede, onjuiste voeding, onhygiënische verzorging en lichamelijke verwaarlozing, verbetering in de weg, maar het enorme gebrek aan verloskundige hulp droeg minstens zo veel bij aan het probleem.
Op 1 januari 1910 waren in Limburg slechts 60 vroedvrouwen in functie; 80 gemeenten hadden überhaupt geen verloskundige. De situatie was heel bedroevend in oostelijk Zuid-Limburg. In 1904 waren hier slechts vier bevoegde vroedvrouwen werkzaam. Zij hadden hun praktijk in Heerlen, Kerkrade, Amstenrade en Klimmen. De vier dames deden hun best, maar konden weinig uitrichten in hun werkgebied waar jaarlijks zo'n 1.500 bevallingen plaatsvonden. Bovendien was de Heerlense vroedvrouw slecht ter been, de Klimmense invalide en de Kerkraadse te oud.
Vanuit medische kringen werd al sinds 1884 vergeefs gepleit voor een oplossing van het probleem, maar de regering schrok terug voor de kosten. De geboorte van prinses Juliana op 30 april 1909 leidde tot een doorbraak. Koningin Wilhelmina bepaalde dat de 9357 guldens, door de Limburgers gedoneerd tijdens een inzamelingsactie ter ere van de geboorte van Juliana, te besteden aan een nieuwe opleiding voor vroedvrouwen. De regering en de provincie waren bereid om verdere steun te verlenen in tegenstelling tot de gemeente Maastricht. Immers de Maastrichtse gemeenteraad weigerde de benodigde subsidie te verlenen.
Toen de gemeente Heerlen hiervan op de hoogte kwam deed ze haar uiterste best om de vroedvrouwenschool binnen haar grenzen te krijgen. Aan het begin van 1911 besloot de Heerlense gemeenteraad een bouwterrein en een jaarlijkse exploitatiesubsidie van 2.000 gulden beschikbaar te stellen. De regering ging hiermee akkoord en vanaf dat moment was de naam "Kweekschool voor vroedvrouwen te Heerlen" officieel (3 juli 1909).
De Heerlenaren gingen voortvarend te werk. Op 4 februari 1913 opende de school zijn poorten aan de Akerstraat. Clemens Meuleman was tot directeur benoemd. Van meet af aan beperkte de Vereniging Moederschapszorg zich niet tot de opleiding van vroedvrouwen (4400) en de verzorging van kraamvrouwen. Op initiatief van Meuleman werden aan de school zowel een polikliniek als een doorgangshuis voor ongehuwde zwangere vrouwen verbonden. Hij huldigde de toen nog revolutionaire opvatting om niet alleen de ongehuwde moeders op te vangen, maar ook hun pasgeboren kinderen. De ervaring had hem geleerd dat de levenskansen van deze kinderen drastisch afnamen wanneer zij in weeshuizen werden ondergebracht.
Op 28 juni 1913, ruim 4 maanden na de opening, brachten koningin Wilhelmina en Prins Hendrik voor de eerste keer een bezoek aan de vroedvrouwenschool aan de Akerstraat. Het bestuur stelde het bezoek zeer op prijs en besloot de school voortaan “Wilhelminaschool” te noemen.
In 1917, amper vier jaar na de opening was het gebouw aan de Akerstraat te klein en moest naar nieuwe locatie worden uitgekeken. Nadat Maastricht zich opnieuw kandidaat had gesteld en ook Sittard zijn belangstelling had laten blijken, won Heerlen weer de race.
Naast een jaarlijkse subsidie van f 5000,- gedurende de eerste 30 jaar, bood Heerlen nu ook een fraai gelegen bouwterrein aan van 15 hectaren, bekend onder de naam Hooghees.
De feestelijke plaatsing van de eerste steen, die het officiële begin markeerde van de bouw van een nieuwe en veel grotere vroedvrouwenschool op de Hooghees, vond plaats op 25 september 1920 door koningin Wilhelmina. De zilveren troffel en hamer die werden gebruikt voor het leggen van de eerste steen (ondanks het protest van Hare Majesteit tegen de onnodige kosten) worden tot de dag van vandaag nog bewaard bij de Academie Verloskunde te Maastricht.
Op 4 februari 1923, exact 10 jaar na de ingebruikneming van het eerste gebouw, vond de opening plaats van het nieuwe gebouw. Het omvangrijke complex bood plaats aan de Vroedvrouwenschool, een vrouwen- en zuigelingenkliniek, het doorgangshuis, en een klooster voor de Missiezusters van het Kostbaar Bloed. De zusters namen de zorg voor de huishouding en de leiding van de ongehuwde moeders op zich.
Ondanks een aankondiging van een derde bezoek van koningin Wilhelmina aan de vroedvrouwenschool vond het om een of andere reden nooit meer plaats.
Op 8 oktober 1923, acht maanden na de opening, kwam wel koningin-moeder Emma op bezoek. Later werd in de krant geschreven dat de koningin-moeder tijdens haar bezichtiging van de vrouwenkliniek en kraamafdeling voor de gek was gehouden. Men zou door gebrek aan patiënten leerling-vroedvrouwen in het “kraambed” gelegd hebben. De beroemde illustrator Albert Hahn maakte naar aanleiding daarvan een spotprent getiteld “Hare Majesteit koningin-moeder werd lichtelijk belatafeld”.
Ook prinses Juliana bezocht de vroedvrouwenschool eenmaal, kort voor haar troonsbestijging. Op 27 april 1948 tijdens een tweedaagse reis door de Mijnstreek werd zij allerhartelijkst ontvangen door bestuur, personeel en leerlingen.
Na het gebruik van een lunch in de directeurswoning bezocht zij verschillende afdelingen. Vooral de couveuseafdeling had haar bijzondere belangstelling. De meesteres-vroedvrouw zr. Rulkens bood haar bij het binnenkomen een mondkapje aan, waarop een kroontje en een “J” geborduurd waren. De couveuseafdeling, bestond uit 14 kleine kamertjes en was destijds al in het bezit van een zuurstoftent.
Een jaar na haar bezoek In 1949 stelde de Raad van Beheer van het Koningin Julianafonds een bedrag van Fl 10.000,- ter beschikking voor de aanschaf van materialen zodat het Juliana paviljoen, waar de couveuseafdeling gehuisvest was, zich kon ontwikkelen tot de grootste en de modernste afdeling op het gebied voor vroeggeborenen en geborenen, die bijzondere verpleging nodig hadden.
Prinses Magriet der Nederlanden verrichtte op 22 november 2001 de officiële opening van het woonzorgappartementencomplex Parc Imstenrade te Heerlen. Het Parc is gehuisvest op het terrein en voor een belangrijk deel in de gebouwen van de voormalige Vroedvrouwenschool.
Tot slot. Het zou te mooi zijn voor woorden om volgend jaar Koningin Maxima te mogen verwelkomen ter gelegenheid van het viering van het honderdjarig bestaan van het gebouw van de voormalige vroedvrouwenschool op Hooghees.
Colofon
De speciale relatie tussen het koninklijk huis en de vroedvrouwenschool is een productie van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg te Maastricht
Concept en productie door Andrea Peeters
Beeldonderzoek door Andrea Peeters
Beeldbewerking door Luke van Gessel
Vertelling door Hiske Haenen
Beeld van Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, Tilburg University, Rijksvoorlichtingsdienst, Parlement.com en Rijckheyt
Bronnen
Vroedvrouwenschool. 100 jaar Moederschapszorg in Limburg. Hilversum. 2009.
De vroedvrouwen school te Heerlen in de jaren 1980: in Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg. Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. 2007.