5 oktober 2021
Blog

De straat op, de deuren langs!

Aan het werk!, het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021, is een mooie aanleiding om aandacht te besteden aan beroepen die (bijna) verdwenen of vergeten zijn: de kolenboer, de groenteboer, de melkboer, de broodbezorger, de schillenboer, de voddenman, de scharensliep, de meteropnemer, de incasseerder en vele anderen. In het gastblog voor de maand oktober kijkt historicus en oud-SHCL'er Willibrord Rutten terug op de bloeitijd van de ambulante economie.

Gastblogger Dr. Willibrord Rutten
Mijn herinnering gaat terug tot in de tijd van de wederopbouw. Men ging van deur tot deur om kolen, groenten, zuivel te bezorgen, schillen en afval op te halen, huurpenningen te incasseren, contributies en verzekeringspremies te innen. Het hing er een beetje vanaf waar je werkte, maar het loonzakje van mijn vader, die in dienst was bij Van Gend & Loos, werd bij ons thuis bezorgd. Aan huis werd van alles gehaald en gebracht. Het was een vak apart. Zo wisten incasseerders dat ze niet moesten wachten tot het eind van de maand, want dan was de huishoudbeurs leeg. Zij hadden degelijke lederen geldtassen bij zich van het type dat je nog wel bij marktkooplui ziet. Men ging met grote hoeveelheden contant geld over straat. Dat ging soms verkeerd. De geldophaler werd beroofd of hij ging er zelf vandoor met de dagopbrengst. Ook een manier om de krant te halen.  In de statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijven deze mensen buiten beeld. De beroepstellingen onderscheiden de ambulante beroepen als een aparte categorie, bijvoorbeeld scharensliep, venter. Maar mensen in de buitendienst waren bijvoorbeeld arbeider in een zuivelfabriek, administratieve kracht van een woningcorporatie of verzekeringsmaatschappij of beambte van de nutsbedrijven. Afgezien van boeren die groenten, aardappelen en fruit rechtstreeks aan klanten verkochten, waren medewerkers in de buitendienst gewoon in loondienst. In de officiële statistieken, zoals de beroepstellingen, wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen personeel in de binnen- en de buitendienst. 
Joep Schiffers met zijn bakkersfiets. Samen met zijn broer Al had hij een bakkerij aan de Akenerstraat in Vaals (collectie Heemkundekring Sankt Tolbert
 De postbode, de vuilnisman en de glazenwasser zijn gebleven, maar heel veel beroepen uit de tijd van de ‘haal-en-breng economie’ zijn langzaam maar zeker verdwenen. Het keerpunt ligt volgens mij omstreeks 1970, als de consumptiemaatschappij doorbreekt. Levensmiddelen halen we sindsdien veelal in de supermarkt. Vrouwen gaan zich emanciperen. Moeder is niet thuis, vader is niet thuis, want zij hebben allebei een (deeltijd)baan. Bij ons thuis lag omstreeks de eerste van de maand een envelop met geld op de schoorsteenmantel voor ‘ome Jan’ van de woningstichting; hij kwam altijd de huur ophalen. Of ik hem de envelop (met inhoud) wilde overhandigen, want ma ging naar haar werk. Geen probleem, maar een overschrijving via de bank of postgiro was handiger dan al dat gedoe aan de voordeur. Ik durf de stelling wel aan dat giraal betalingsverkeer zijn succes daaraan heeft te danken. Het overboeken van huur, premies en contributies ging nog analoog, maar het was een hele vooruitgang.  
Giro envelop van het Staatsbedrijf der PTT (privécollectie Peter Crombach)
 Alleen, het straatbeeld is er niet levendiger op geworden. Ook de huisarts heeft het liefst dat ouders met hun koortsige kindje naar de praktijk komen. Meestal heeft iemand wel een auto tot zijn of haar  beschikking. Aanstaande moeders spoeden zich naar de polikliniek om daar te bevallen. Vroeger gebeurde dat veelal thuis. De verloskundige was ooit een vertrouwde gast aan huis, evenals de kapelaan, althans in rooms-katholieke buurten. Die hoeft ook niet meer op huisbezoek te komen; de ontkerkelijking is niet te stoppen. Het heeft trouwens niet veel zin meer overal aan te bellen om het Woord Gods te brengen of wat dan ook, als beide partners buitenshuis werken. Er is een wereld verloren gegaan.  De laatste tijd lijkt de haal-en-breng economie van toen aan een tweede jeugd te zijn begonnen. De deliver economy is booming sinds de lockdown. Een klein leger van pakket- en maaltijdbezorgers doorkruist dagelijks de buurten. Maar het is niet hetzelfde als vroeger. Toen hadden de bezorgers gewoonlijk een vast contract met arbeidsvoorwaarden volgens cao, of men was echt eigen baas. De bezorgers die nu aan de deur komen zijn dikwijls flexwerkers die op stukloon werken, schijnbaar zelfstandig maar met handen en voeten gebonden aan Deliveroo, Ubereats, Thuisbezorgd of Post.NL. Het is hoog tijd dat we die (nagenoeg) verdwenen beroepen aan de vergetelheid ontrukken. In de statistieken komen zij er bekaaid vanaf, maar het is nog niet te laat. De generatie die ambulant werk heeft gedaan is nog niet compleet uitgestorven. Het zou mooi zijn als ook de dochters en zonen van kolenboeren, broodbezorgers, meteropnemers, verzekeringsagenten enzovoorts uitgedaagd worden om verhalen te vertellen over het beroep van hun vaders. Lilianne Ploumen, dochter van een melkboer in Maastricht, geeft alvast het voorbeeld in de reportage 'L1Cultuurcafé gata de straat op: de melkboer'. Wie volgt?