Servatius
Psychiatrische instelling Servatius vestigt zich in 1907 in Venray na ‘eureka-moment’ in de trein.
Een van de meest interessante invalshoeken binnen de geschiedschrijving is die van de maatschappelijke omgang met geesteszieken. In de loop van de eeuwen is, mede ingegeven door godsdienstige en levensbeschouwelijke opvattingen, verschillend met psychisch gestoorde mensen omgegaan. Van het primitieve idee dat zij door God waren gestraft of zelfs door de duivel bezocht, is in de rationele, ‘verlichte’ achttiende eeuw geleidelijk afstand genomen, maar of daarmee de behandeling beter werd, is maar de vraag. De gedachte won terrein dat we met ‘patiënten’ te maken hebben, maar een adequate behandeling bestond er feitelijk niet. Veel meer dan opsluiting (weg uit de samenleving) hield zo’n behandeling niet in.
In de loop van de negentiende eeuw groeide de kennis van de medische wetenschap, ook op het vlak van de psychiatrie. Geleidelijk werd een patiënt gezien als een individu dat gebaat is bij humane zorg. Tegen die achtergrond kwam de gedachte op dat er professionele psychiatrische instellingen moesten komen. Ook in Limburg was er behoefte aan wat toen nog onomfloerst een krankzinnigengesticht werd genoemd. Dat kwam er in Venray. Zoals in het katholieke Limburg te verwachten viel, werd een dergelijke caritatieve onderneming toevertrouwd aan een religieuze congregatie.
Specialisten in de geestelijke gezondheidszorg waren de Broeders van Liefde uit Gent. Zij werden door de Venrayse zakenman Henri Trynes benaderd om zich in zijn gemeente te vestigen. Als lid van Provinciale Staten was Trynes op de hoogte van de plannen van de Provincie voor de vestiging van een psychiatrisch instituut. Zijn ‘eureka-moment’ beleefde Trynes in de trein. Het verhaal wil dat hij op een dag in november 1904 toevallig (?) in dezelfde coupé zat waarin ook enkele broeders zaten op terugreis naar Gent. Ze spraken onder elkaar over het bezoek dat ze in Roermond hadden afgelegd. Trynes ving het gesprek op en dacht: “Dat gesticht moet in Venray komen, we hebben grond genoeg”. Hij besloot de Broeders voor een bezoek uit te nodigen. Aldus geschiedde. Trynes wist de Broeders ervan te overtuigen dat de omstandigheden in het door bos en heide omgeven Venray gunstiger waren dan in Roermond. Een hobbel die wel nog genomen moest worden waren de dertig landeigenaren die uitgekocht moest worden om het beoogde stuk grond te kunnen verwerven. Een van de boeren vertelde later: “We werden door de heer Trynes uitgenodigd in café Thielen. We keken hoog tegen deze geleerde man op. Hij kon goed praten. Toen de avond om was, stonden er nogal wat lege jeneverflessen op tafel, maar we hadden allemaal ja gezegd”. En zo won Venray de strijd met Roermond om de vestiging van het krankzinnigengesticht.
Bij de feestelijke opening op 27 mei 1907 waren de nodige hoogwaardigheidsbekleders aanwezig, onder wie de ‘gouverneur’ ofwel de commissaris der Koningin in Limburg, jhr. mr. Charles Ruijs de Beerenbrouck, de latere minister-president, die een bijzondere interesse in de gezondheidszorg stelde. Ook de bisschop van Roermond, mgr. Drehmanns, was uitgenodigd, maar die liet zich vertegenwoordigen door pastoor Pascal Schmeits van Venray …
De Broeders van Gent deden hun reputatie in Venray alle eer aan. Servatius was state of the art. Het gesticht beschikte over elektriciteit, en er was warm en koud stromend water. De badkamers hadden ligbaden en douches, en de gebouwen waren voorzien van centrale verwarming. Anders dan destijds gebruikelijk bij zorginstellingen was Servatius niet in één massief, ‘streng’ gebouw ondergebracht. Er was gekozen voor paviljoens. Die waren geordend in een overzichtelijke symmetrie en door glazen corridors met elkaar verbonden. De inrichting straalde openheid en voornaamheid uit.
Een jaar na de opening van Servatius begonnen de Zusters van Liefde, eveneens uit Gent, met de bouw van een krankzinnigengesticht voor vrouwen: Sint Anna.
De komst van de twee psychiatrische inrichtingen was het begin van een nieuw tijdperk in de Limburgse geestelijke gezondheidszorg en zou in belangrijke mate de Venrayse identiteit gaan bepalen. Als tegen iemand werd gezegd dat hij of zij het beste ‘een enkeltje Venray’ kon nemen, was in Limburg voor iedereen duidelijk wat daarmee bedoeld werd.
Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw zou Venray de enige psychiatrische instelling in Limburg herbergen. Pas in de laatste decennia kwamen daar nieuwe instellingen bij, zoals Welterhof in Heerlen en Vijverdal in Maastricht.
In 1971 droegen de congregaties Broeders en Zusters van Liefde de leiding over aan leken. In 1976 fuseerden Sint Servatius en Sint Anna tot het Psychiatrisch Centrum Venray (PCV), om in 1992 verder te gaan onder de naam Vincent van Gogh Instituut voor Geestelijke Gezondheid. In 2003 werd de instelling onderdeel van de GGZ-groep Noord- en Midden-Limburg.
Literatuur:
Anne-José Billekens e.a., 100 jaar psychiatrie in Venray. Geschiedenis van de psychiatrische instellingen Sint Anna en Sint Servatius (2005)
A.C.J. de Jong en A.P. Versteege (samenstellers), Date et dabitur vobis = "Geef en u zal gegeven worden". De broeders en zusters van liefde : beknopte geschiedenis van de congregaties tussen 1803 en 1908 en de oprichting van de inrichtingen Sint Servatius en Sint Anna te Venray (2008)
Het SHCL beheert het archief (1905-2005) van Vincent van Gogh en zijn voorgangers. https://proxy.archieven.nl/1540/AF59468BA3A64F8EAB949A2CCEA26542
[Auteur: Frank Hovens]